Werk en inzetbaarheid zijn bepalend voor wie meedoet aan de economie. Alleen wie meedoet aan de economie, kan profiteren van groei in de economie. De rest zal een kruimel zien groeien en slachtoffer worden van groeiende ongelijkheid.
In ontwikkelde landen rapporteert men over werkgelegenheid en werkloosheid als een belangrijke indicator van hoe het met de economie gaat. Minstens jaarlijks, vaak per kwartaal en zelfs maandelijks. Investeerders, bedrijven en overheden nemen hun beslissingen op basis daarvan.
Het laatste enigszins betrouwbare cijfer over onze werkgelegenheid dateert van kort na de COVID pandemie en is niet rooskleurig. Minstens 12,5% Surinamers zijn werkloos. Een heleboel van ze zijn uitzichtloos als het aankomt op werk.
Rond 2013 is werkgelegenheid taboe en onderkend geworden als onderwerp en dat is geen toeval. De regering Bouterse I had al vroeg signalen dat een massieve banenmotor, zowel direct als via andere bedrijven, Alcoa, veel van de activiteiten stop zou zetten. Met een verkiezing op komst wilde men niet het verlies van duizenden banen rapporteren, alhoewel politici wel in de rij staan om te vertellen hoeveel banen Chinalco, Total, Apache en Petronas zullen opleveren.
Stel dat je je rapport krijgt en je ouders hoeven nooit meer te horen hoeveel je voor je moeilijkste vak haalt. Zou je daar blij mee zijn of verdrietig over zijn? Hetzelfde geldt voor politici. Aangezien leiders liever beloften doen over de koers, dan het complex probleem van werkgelegenheid aanpakken, heeft geen enkele regering zich sindsdien gehaast om statistieken op dat gebied aan te scherpen of zelfs om werkgelegenheid het kernpunt van een ontwikkelingsagenda te maken.


Bij mij leeft de overtuiging, dat nog voordat de oliekraan opengaat een betere maatschappelijke ordening, het herinrichten van regels en het uitzetten van een haalbare doelstelling aan een bereikbare horizon, duizenden banen kan opleveren binnen de eerste helft van een nieuwe regeertermijn. Het onderwerp hoort bovenaan de agenda van iedere politieke partij thuis, maar ook bovenaan de agenda van iedere kiezer. Want elk Surinaams huishouden heeft gezinsleden of huisgenoten die kunnen profiteren van meer van zichzelf geven en de kans om beter ingezet te worden, om bij te dragen en de vruchten te plukken. Ook terwijl IMF weg komt te vallen en er nog geen petroleum opbrengsten zijn om de economie te boosten. We moeten juist onze “zeven magere jaren” gebruiken om in te richten, op te bouwen en te structureren op een manier die Surinamers voorbereid en welkom heet.

Bij de overheid is sanering nodig, maar tegelijkertijd en misschien noodzakelijker ook de creatie van 500 nieuwe banen, in het bijzonder voor:
– Handhaving en toezicht
– Inspectie onderwijs
– Inspectie volksgezondheid
– Intern onderzoek anti-corruptie, in het bijzonder bij de gewapende machten, vertrouwensfuncties, toezichthoudende organen en rechts-oordelende organen
– Grensbewaking en drugsbestrijding
– Outreach, sociaal werk, inschrijvingen en inburgering, vooral voor wat betreft goud- en hot sector ordening en het benaderen van het vraagstuk van migranten nederzettingen
– Ontwikkelingswerk en defensie gereedheid in de omgeving nabij het betwist gebied
– Kustbewaking
– Anti drugs informatie en surveillance
In de private sector kan met gerichte programma’s voor 5000 banen gezorgd worden.
Voor het midden- en kleinbedrijf:
– Vrijstelling sociale lasten en belastingen tijdens proeftijd
– Arbeidsmediators met bevoegdheid tot ontslagpremies bindende adviezen
– Vrijstellingen voor minimumloon voor schoonmaak, bewaking, horeca
Voor grootindustrie en multinationals
– Veiligheid en taalvaardigheid opleidingen
– Personeel vervoerskosten binnen het district belasting aftrekbaar maken
– Bemensing van een local content kennis, data en vacature instituut
Public Private Partnership: 2000 banen
– Verkorte en vereenvoudigde aanbestedingen voor kleine projecten en vooraf geregistreerde aanbieders per sector
– Detachering en subsidie van afgevloeide ambtenaren, in geval van gestructureerde sanering
– Huisvesting en huursubsidie in doelgebieden van geplande bevolkingsgroei, in ondersteuning van industriële centra van selecte districten

Antoon Karg is advocaat en geëngageerd Surinamekenner. Deze bijdrage is eerder op Facebook verschenen en is met zijn toestemming op de HOPSR pagina geplaatst.


