een prestatie van formaat
Een zichtbaar geëmotioneerde mevrouw van middelbare leeftijd zegt: ‘Dit is werkelijk het mooiste stukje Suriname dat ik buiten Suriname gezien heb.’ Haar woorden worden met applaus ontvangen, want alle aanwezigen bij de ‘soft opening’ op 24 september van het Suriname Museum, gevestigd in het pand van de Vereniging Ons Suriname, zijn het roerend met haar eens.
Met een bescheiden budget van 1,4 miljoen euro en een relatief klein team is hier een resultaat neergezet dat gerust een prestatie van formaat genoemd mag worden.
‘Het team dat gebouwd, geschilderd, de tentoonstellingen samengesteld en de financiën geregeld heeft, bestaat voor 80% uit Surinamers,’ vertelt Ivette Forster trots. Samen met partner Vincent Soekra en zoon Jan Gerards stak zij ook eigen geld in het project. ‘Er is hier keihard gewerkt, met heel veel liefde en energie.’



En dat zie je – en voel je bijna. De tocht door het museum begint in de prehistorie, voert dwars door het Amazonewoud, confronteert met de slavernij, vervolgt via de migratiegeschiedenis van alle in Suriname aanwezige volkeren, langs de onafhankelijkheid en de exodus naar Nederland, om uit te komen bij de hedendaagse kunst van nu. Verdeeld over drie verdiepingen en een kelder is het eerder een belevenis dan een traditioneel museumbezoek. Precies zoals initiatiefnemers Jan Gerards en Vincent Soekra het voor ogen hadden:
‘Daar hebben we op ingezet. Ik ben trots op wat we hebben neergezet. En we zijn nog niet klaar: na de officiële opening op 25 november gaan we, mede op basis van de reacties van bezoekers, de puntjes verder op de i zetten.’ glundert Gerards. Als Surinaamse Amsterdammer had hij allerlei vragen over Suriname waar geen adequaat antwoord op kwam en ‘met het museum hoop ik dat voor andere mensen de zoektocht naar antwoorden een stuk gemakkelijker wordt. Ik ben trots op Suriname. Het is een fantastisch mooi land met ongekende en nog niet voldoende geexploiteerde mogelijkheden.’
Ook hoogleraar Hindoestaanse Migratie Chan Choenni is vol lof. ‘Het museum geeft een evenwichticht beeld van de ontwikkeling van Suriname door de jaren heen. Ik heb mee gedaan aan brainstormsessies over de invulling van de Hindoestanen en hun in breng in de ontwikkeling van de ex-kolonie.’

Projectmanager Ingrid Lochem noemt het ‘geen gemakkelijke bevalling’ om met zo’n klein budget zo’n grote ambitie waar te maken. (Ter vergelijking: het jaarlijkse budget van het Fries Museum bedroeg in 2024 ruim € 6,6 miljoen). Toch spat de liefde voor het museum overal vanaf. Manager bedrijfsvoering Charlee Nilsson zegt: ‘We zijn reuze benieuwd wat u van ons werk vindt. Maak uw ronde en kom daarna terug om hier met ons het glas te heffen.’ Om er met een glimlach streng doch vriendelijk aan toe te voegen: ‘Voor nu mag u geen drank mee naar binnen nemen!’.
De vormgever van de tentoonstelling Rene Wissink (Atelier Argos) verdient voor de natuurlijke gang van pre-historie naar moderne tijd een extra pluim. Suriname is door haar koloniale geschiedenis een bijzonder mengsel van culturen, godsdiensen en kunstvormen. Toch slaagt Wissink er in om een duidelijk beeld van de Surinamer neerte zetten.
Ook gastcuratoren Jessica Oosthoek en Myra Winter leverden een bijzondere bijdrage. Zij richtten de bovenste verdieping in met werken uit de collectie van de VOS (Vereniging Ons Suriname) en kozen er bewust voor om Remy Jungerman twee verdiepingen lager te plaatsen: ‘Zijn werk is zo veelzijdig dat het ook uitstekend bij de Marrons past.’
En alsof hij er nog altijd een oogje in het zeil houdt, kijkt de overleden sleutelbewaarder van het pand aan de Zeeburgerdijk, Delano ‘Babbi’ Veira (1950–2022), met een tevreden glimlach naar beneden. Hij ziet dat het goed is.
Het Suriname Museum is een feit – een plek waar iedere Surinamer trots op kan zijn.



