Door HOPSR Redactie
De ondertekening van een intentieverklaring tot samenwerking tussen de Nationale Partij Suriname (NPS) en de NDP, ABOP en PL heeft geleid tot een storm van kritiek binnen de eigen gelederen van de NPS. Met name leden van de oude garde zoals, oud president Ronald Venetiaan en voormalig partijbestuurder Wim Bakker, uiten zich ongekend fel. Ook arts en publicist Henry Does, ook bekend als Theo Parra heeft zijn afkeur uitgesproken. Hun centrale verwijt: de koerswijziging druist in tegen de fundamentele waarden, geschiedenis en identiteit van de partij.
‘De partij is niet van Rusland’

Ronald Venetiaan, voormalig partijleider en symbool van NPS’ strijd voor democratie en mensenrechten, noemt de intentieverklaring “verschrikkelijk”. Hij bekritiseert met name de geschiedenis van de NDP en het leiderschap van Jenny Simons. Volgens Venetiaan heeft zij haar morele geloofwaardigheid verspeeld door Desi Bouterse naar het presidentschap te helpen en afspraken te schenden. Hij zegt met pijn in het hart dat hij voorlopig geen medewerking meer zal verlenen aan partijactiviteiten onder het huidige bestuur, tenzij het gaat om het kiezen van een nieuwe koers.
“De partij is niet van Rusland. Blijf in de partij, maar laat duidelijk merken dat je niet meewerkt aan deze destructieve richting.” – Ronald Venetiaan
‘Loyaliteit aan historisch leed ontbreekt’

Henry Does plaatst de samenwerking in een bredere context. Hij ziet een pijnlijk gebrek aan loyaliteit aan het historisch leed dat de NPS is aangedaan: de staatsgreep van 1980, de decembermoorden en het jarenlange herstelwerk aan de democratie. Volgens Does heeft Rusland nagelaten om fundamentele eisen te stellen aan de NDP over zaken als mensenrechten, respect voor het Constitutioneel Hof, en het stopzetten van de verheerlijking van de staatsgreep. Hij noemt het een “diep verraad” en stelt dat het vertrouwen in de politiek zo niet kan worden hersteld.
“Het vertrouwen wordt niet hersteld, het wantrouwen wordt verdiept.” – Henry Does
‘Wat voor vertoning is dit?’

Wim Bakker, een andere oude rot binnen de NPS, spreekt zijn verbijstering uit over het proces en het gebrek aan interne democratie. Hij is vooral verbolgen over het feit dat de leden geen enkele inspraak hebben gehad in dit besluit. Volgens Bakker is de partij gekaapt door opportunisten en ontbreekt elke transparantie. Hij pleit voor een grondige democratisering van de partijstructuur, met “one man, one vote” en een brede heroriëntatie op de oorspronkelijke sociaal-democratische en natievormende idealen van de NPS.
“De partij is niet meer van de leden. Ik weet niet meer van wie ze is.” – Wim Bakker
Handelde Rusland op eigen houtje?
Een belangrijke vraag die uit alle drie de interviews naar voren komt, is of partijvoorzitter Gregory Rusland wel de juiste procedure heeft gevolgd. Volgens Venetiaan is er geen overleg geweest met hem als erevoorzitter. Bakker en Does wijzen erop dat er geen consultatie is geweest met het bredere kader of de achterban. Dat roept twijfels op over de legitimiteit van het besluit en over de interne werking van de NPS onder het huidige leiderschap.
Venetiaan zegt dat Rusland “geen enkele belangstelling” heeft getoond voor zijn mening. Does acht het zelfs onwaarschijnlijk dat er voldoende tijd is genomen om serieus met de partijstructuren te overleggen. Bakker spreekt ronduit over een “eigen koers” van de voorzitter.
Een partij op drift?
Wat opvalt in alle drie de gesprekken is het gevoel van verraad, morele verwarring en verlies van identiteit. De NPS, ooit hét symbool van rechtsstatelijkheid en strijd voor gerechtigheid, lijkt volgens deze prominente leden zichzelf te verliezen in machtspolitiek. De nieuwe koers wordt niet gezien als een noodzakelijke aanpassing aan de politieke realiteit, maar als een afbraak van alles waar de partij voor stond.
Toch pleiten zowel Venetiaan als Bakker ervoor om de partij niet te verlaten. Integendeel: ze roepen leden op om te blijven en van binnenuit te werken aan herstel van integriteit, interne democratie en ideologische helderheid.
Meningsverschil
Wat er binnen de NPS speelt, is meer dan een meningsverschil over coalitievorming. Het gaat over de ziel van de partij, over hoe om te gaan met een beladen geschiedenis, en over wat politiek leiderschap in een jonge democratie zou moeten betekenen. De vraag is niet alleen of Rusland deze intentieverklaring had mogen ondertekenen, maar of hij het morele mandaat had om deze historische wending aan de partij te geven.
De komende tijd zal moeten blijken of de NPS deze interne crisis weet te gebruiken als kans voor herbronning, of dat het vervreemding en verdeeldheid verder verdiept. De bal ligt nu bij het partijcongres — en bij de leden



